Wat zijn koolhydraten
Koolhydraten zijn de belangrijkste energieleveranciers voor ons lichaam. Dit komt omdat de omzetting naar energie sneller verloopt dan bijvoorbeeld vet.
Ze worden onderverdeeld in drie groepen:
Monosachariden: glucose zoals druivensuiker en fructose zoals vruchtensuiker en galactose.
Disachariden: opgebouwd uit twee monosachariden, o.a. sucrose (beter bekend als suiker en opgebouwd uit glucose en fructose), lactose (melksuiker, opgebouwd uit glucose en galactose) en maltose (moutsuiker, opgebouwd uit twee glucose-eenheden die aan elkaar gekoppeld zijn).
Polysachariden: ook wel complexe koolhydraten genoemd, samengesteld uit meerdere monosachariden. Deze vorm is beter bekend onder de naam zetmeel.
Glucose wordt in bladgroen gemaakt van kooldioxide en water. Om energie vrij te maken is verbranding nodig. De voornaamste brandstof is glucose: als je langzaam glucose afbreekt krijg je minder warmte en meer kracht als opbrengst. Zetmeel bestaat uit een keten van glucosemoleculen en moet eerst worden afgebroken tot maltose en glucose. In dat proces wordt het in eerst instantie omgezet tot glycogeen. Glycogeen is een reservestof die in de spieren en de lever bewaard wordt. Het is belangrijk om vanuit het glycogeendepot, gedoseerd glucose ter beschikking te maken.
Het is belangrijk dat het glucosegehalte (meer algemeen bekend als bloedsuikerpeil ) in het bloed ongeveer gelijk blijft. Vooral de hersenen zijn erg gevoelig voor veranderingen in het glucose gehalte. Je merkt dat aan het optreden van vermoeidheid, verwarring, geïrriteerdheid en agressiviteit. In de wetenschap wordt dit verschijnsel hypoglykemie genoemd.
Glycemische index
De glycemische index (GI) van een koolhydraat is een getal dat aangeeft hoe sterk de glucosegehalte in het bloed omhoog gaat na het eten van een voedingsmiddel. Hoe lager het getal hoe beter.
Slechte koolhydraten
zijn alle koolhydraten die boven de GI van 50 komen. Hieronder vallen o.a.:
- alle geraffineerde meelsoorten
- suiker
- honing
- melkchocola
- sommige zoetstoffen
- dextrose
- mais
- gekookte wortelen
- rode bieten
- aardappelen
- koolraap.
|
Goede koolhydraten
worden niet zo sterk door het lichaam geabsorbeerd en hebben daardoor een zwakke stijging van de glycemie tot gevolg. Goede koolhydraten zijn o.a.
- volkorenbrood,
- roggebrood,
- zuivelprodukten,
- fructose (vruchtensuiker),
- appels
- sinaasappels
- aardbeien
- noten
- olijven
- peulvruchten (geen tuinbonen)
- paddestoelen.
|